Het pand tegenover de DRU-Cultuurfabriek aan de huidige Frank Daamenstraat — destijds in de volksmond bekend als de Ettenseweg of 'Keijenborg' — huisvest vandaag de dag Freriks Woninginrichting. Achter de gevel van deze locatie schuilt een oorlogsgeschiedenis die nooit vergeten mag worden.

Het is het aangrijpende verhaal van fabrieksarbeider Bernardus Hendrikus (Berend) Aalders (geboren op 26 november 1899 te Ulft) en zijn echtgenote Hendrina Willemina Gregoor (geboren op 13 december 1898 te Ulft). Het paar trad op 26 augustus 1924 in het huwelijk. Hun verbintenis werd gezegend met een groot gezin: tien zonen en als hekkensluiter hun dochtertje Ida. Ondanks de schaarste in de oorlogsjaren leidde het gezin een hecht en gemoedelijk bestaan.
Vader Berend en de oudere zonen Jan, Bertus en Gerrit vonden hun werk op de nabijgelegen DRU-ijzergieterij, terwijl moeder het omvangrijkehuishouden bestierde. De jongere kinderen bezochten de katholieke Sint-Antoniusschool, waar meester Metternich en meester Piet Vonk destijds de markante leraren waren.

Het front nadert de Achterhoek
In het voorjaar van 1945 nadert het front de Achterhoek. Nadat Megchelen als eerste Nederlandse dorp boven de grote rivieren is bevrijd, rukken de geallieerden snel op. De Duitse Wehrmacht biedt bij Aalten nog hevige tegenstand, waarbij 82 Nederlandse burgers om het levenkomen. Op 30 maart 1945 starten de Canadezen hun grootscheepse opmars naar het westen en noorden. Vanuit de grensregio bij Emmerich en Gendringen trekken zij richting de IJssel. Grondtroepen nemen Duitsestellingen onder vuur, intensief ondersteund door geallieerde jachtvliegtuigen (zogeheten Jabo’s).
In de gemeente Gendringen wordt drie dagen lang intensief gevochten, een strijd die ten minste 29 Canadese en 24 Britse militairen het leven kost. In de regio Ulft en Gendringen eist de maand maart een zwaretol onder de burgerbevolking door granaatinslagen en luchtaanvallen. Het luchtruim wordt beheerst door Spitfires, Hawker Tempests,Typhoons, Hurricanes, P-51 Mustangs en Mosquito's. Opererend vanaf reeds bevrijde bases in het zuiden, zoals vliegveld Gilze-Rijen, voeren de piloten jachtvluchten uit en bestoken ze elk verdacht doelwit in het bezette gebied.

De dorpen Gendringen, Ulft, Silvolde, Etten, Netterden en Voorst staan aan de absolute vooravond van hun bevrijding.
De fatale klap op Goede Vrijdag
Het is Goede Vrijdag, 30 maart 1945. Rond 17.00 uur bevindt de familie Aalders zich in de keuken voor de warme maaltijd als buiten plotseling een zware explosie weerklinkt.
Er wordt geschreeuwd: "Naar de kelder!"
Moeder Hendrina vlucht met de driejarige Ida in haar armen de gang in. Haar zonen Jan, Gerrit, Bertus, Bennie, Joep, Wim, Herman, Hennie en Frans rennen achter haar aan, op de voet gevolgd door vader Berend. Vlak voor de keldertrap ontstaat in de haast een fatale opstopping. Gerrit, Bertus, Joep, Frans en Herman slagen erin de kelderruimte te bereiken.
Op dat exacte moment volgt een tweede, verwoestende inslagvlak bij de voordeur. Met een donderend geraas slaan de luchtdruk en een regen van gloeiende schrapnel door de gang van het huis.
Daarna wordt het ijzingwekkend stil.
Vader ligt gewond in de keuken.
Moeder ligt met de kleine Ida op de keldertrap. De jongens Jan, Bennie, Wim en Hennie hebben de veilige kelder niet meer kunnen bereiken.
In de loop van de avond bevindt het 8ste Canadese Verkenningsregiment (14thCanadian Hussars, 8 Recce) zich al in de directe nabijheid van Ulft, maar voor de familie Aalders komt de hulp van de bevrijders te laat.
Chaos en verlies
Duitse militairen en omwonenden schieten onmiddellijk te hulp en ook de parochiepastoor is snel ter plaatse om de Heilige Sacramenten der Stervenden toe te dienen. De gewonden worden op ladders provisorisch overgebracht naar de nabijgelegen timmerwerkplaats van buurman Gerritsen.
Moeder Hendrina wordt per bakfiets met spoed naar een Duits noodlazaret in Zeddam vervoerd, vermoedelijk ingericht in het Gerardus Majella Gesticht. In de chaos van de Duitse aftocht, in de nacht van 31 maart op 1 april 1945, steken vijandelijke troepen dit gebouw in brand,waardoor het grotendeels verloren gaat.

Moeder Hendrina is dan echteral overgebracht naar Kasteel De Ulenpas in Hoog-Keppel, dat eveneens als noodhospitaal dient. Hier bezwijkt zij aan haar zware verwondingen. Ze wordt op 3 april als 'onbekende' begraven op de algemene begraafplaats te Hoog-Keppel.

De overige gezinsleden treft een eveneens hartverscheurend lot. De 5-jarige Hennie (geboren op 3 november 1939) is op slag gedood en wordt op 2 april begraven op de Rooms-Katholieke Begraafplaats van de Sint-Antoniusparochie in Ulft-Oer.
Jan, Bennie, Wim en Ida worden per legervoertuig overgebracht naar het Sint-Jozef Ziekenhuis in Doetinchem, dat vanwege de recentebombardementen op die stad een noodhospitaal had ingericht in Huis Baak (gemeente Steenderen). Medische hulp mag echter niet meer baten; binnen enkele dagen bezwijken alle vier de kinderen aan hun zware verwondingen.

Op 5 april worden zij overgebracht naar Ulft en bijgezet op de parochiebegraafplaats.
Moeder Hendrina wordt aanvankelijk nog vermist. Pas na enkele weken intensief zoeken wordt haar tijdelijke graf in Hoog-Keppel geïdentificeerd. Na overleg met het gemeentebestuur wordt haar lichaam opgegraven en naar Ulft getransporteerd. Op 2 mei 1945 wordt zij definitief herenigd met haar gezin en naast haar 5 overleden kinderen begraven.
Twee scenario's
De exacte toedracht van de tragedie kent twee scenario's. Het meest aannemelijke is dat een geallieerde jachtvlieger een Duitse mitrailleursopstelling op het dak van de modelzolders van de DRU onder vuur nam. De piloot miste zijn doel, waarna de ongeleide raketbommen (vermoedelijk 3-inch RP-3 raketten van een Hawker Typhoon) insloegen bij de voordeur van de familie Aalders. Een alternatieve verklaring stelt dat een passerende Duitse legervrachtwagen het doelwit was van een geallieerde jachtbommenwerper.

Het historisch bronnenmateriaal in het standaardwerk "Erop of er onder" van W.P. Nederkoorn en G.J.B. Stork bevestigt in elk geval een geallieerde aanval met raketbommen op deze locatie.
De tekst op het latere bidprentje getuigt van de immense omvang van het verlies:
Ter vrome gedachtenis aan
Hendrina Willemina Gregoor
echtgenote van Bernardus Aalders, geboren te Ulft den 13 december 1898
en aan vijf harer kinderen:
Johannes Josephus (geboren den 22enaugustus 1925)
Bernardus Wilhelmus (geboren den 19en november 1931)
Wilhelmus Josephus Theodorus (geboren den 24en september 1935)
Henricus Bernardus Martinus (geboren den 3en november 1939)
Ida Maria Geertruida Helena (geboren den 19en november 1941)
die allen met haar in vrede zijn gestorven en werden begraven op het R.K. Kerkhof der St. Antonius Parochie te Ulft.

De loodzware nasleep
Begin oktober 2017 kwamen de overlevende zonen Herman en Frans Aalders samen in de vergaderruimte van de Oudheidkundige Vereniging Gemeente Gendringen (OVGG) bij de DRU. Hier hadden zij met Maarten Koudijs en Vincent Erinkveld een indringend interview over deze aangrijpende gebeurtenis. Frans verwoordde hoe het gezin van Bernardus Aalders en Hendrina Gregoor in één klap hun moeder en de helft van de kinderen verloor, waaronder het kleine meisje Ietje, dat na al die jongens eindelijk was geboren.

In zijn herinnering werd hun vader Berend in één enkele dag volledig grijs van het immense verdriet. De opvang van de overgebleven kinderen na de ramp verloor daarnaast alle vanzelfsprekendheid; dit verliep buitengewoon moeizaam met wisselende, soms kwalijke huishoudelijke hulp. Dit dwong de pas 17-jarige Gert ertoe zijn fabriekswerk neer te leggen om fulltime voor zijn jongere broertjes te gaan zorgen.
Pas toen vader Berend in 1947 in alle soberheid hertrouwde met de Duitse weduwe Bernardina Johanna Istemaas (die haar eigen vier kinderen meebracht), keerde de rust terug en kon het overlevingsproces overgaan in het echte rouwproces. De diepe emotionele en materiële littekens bleven het gezin echter hun leven lang achtervolgen. Zo was er de bittere wetenschap dat een lokale benefietactie voor oorlogsslachtoffers door winkeliers werd toegeëigend om hun eigen gesprongen ruiten te vergoeden.
Het oorlogstrauma liet diepe sporen na bij de overlevende zonen:
Gert (12-09-1927 – 2006): Diende in zijn diensttijd in Indonesië, werkte daarna in de lakkerij van de DRU en onderhield trouw het familiegraf. Het bombardement op zijn ouderlijk huis heeft zijn hele leven diepgaand getekend.
Bertus (06-12-1929 – 2009): Werkte na zijn militaire dienst veertig jaar lang bij de DRU. Hij was 53 jaar gelukkig dit huwelijk met Trautje en bleef tot op het allerlaatst diep geëmotioneerd over het verlies van zijn familie.
Joep (21-03-1934 – jong overleden): Was een onrustige geest die eerst voor priester studeerde, daarna in de binnenvaart werkte en uiteindelijk als handvormer aan de slag ging bij B&Bongers in Klazienaveen. Hij was een uiterst zorgzame familieman.
Herman (11-02-1937): Ondervond veel psychische problemen tijdens zijn schooltijd en kampte ook later tijdens zijn werk bij Pelgrim en de DRU met zware nerveuze klachten en depressies. Hij vond rust bij zijn vrouw Roos.
Frans (05-03-1938): Kende een roerige jeugd op straat, werkte bij boer Stapelbroek en in de gieterij, en overwoog ooit te tekenen voor het Vreemdelingenlegioen. Hij emigreerde in 1959 naar Duitsland. Zijn hele leven kon hij geen geweld of oorlogsfilms verdragen. Hij verzorgde zijn eerste vrouw Elsbeth jarenlang tijdens haar ziekbed en vond later nieuw geluk met Hilde.

Vader Bernardus (Berend) Aalders overleed in 1969, gevolgd door stiefmoeder Bernardina Johanna Istemaas in 1982.
Hun nagedachtenis, en die van de slachtoffers van Goede Vrijdag 1945, blijft hiermee voor altijd bewaard.


Met speciale dank aan de informanten en initiatiefnemers:
Tekst en verhaal: Maarten Koudijs
Bron: Uit eigen werk van Maarten Koudijs
Met speciale dank aan de informanten en initiatiefnemers:
Frans en Hilde Aalders,
Herman Aalders
Vincent Erinkveld
J.T.H.M. Gerritsen
Hennie Berendsen.
Evie Koolenbrander
Stichting Opdat Wij Niet Vergeten
.jpg)
























.png)


















