Aan boord van de B-17 Flying Fortress "Sweet Sixteen" controleerde piloot luitenant Joseph Hughes zijn instrumenten. Om hem heen steeg een gigantische armada van honderden bommenwerpers op in het duister. Het verzamelen in de lucht, nog voor de dageraad, verliep in complete chaos. Tussen de dichte wolken door schoten nerveuze piloten tientallen lichtkogels af om hun eigen eenheid te vinden. Hughes raakte in de verwarring de formatie van zijn eigen 92nd Bomb Group kwijt. Terwijl het hoofddoel van zijn eenheid die dag Kiel was, sloot hij zich noodgedwongen aan bij de 388th Bomb Group, die onderweg was naar Münster.
Het luchtgevecht boven de Achterhoek
Rond het middaguur trilde de grond in de Achterhoek niet van de kou, maar van het dreunende lawaai van een enorme zwerm Amerikaanse vliegtuigen. In Azewijn en Zeddam loeiden de sirenes. Schoolkinderen, die net na hun korte kerstvakantie weer in de banken zaten, moesten van hun onderwijzers halsoverkop onder hun schoolbanken op de grond gaan liggen terwijl boven hun hoofden een hels luchtgevecht losbarstte. Feldwebel Heinz Fuchs van het Duitse jachteskader 6./JG 1 kreeg de Sweet Sixteen in het vizier. Zijn salvo's troffen doel. Binnen enkele seconden veranderde de bommenwerper in een brandende hel. Drie van de vier motoren vielen uit en in de radioruimte brak een hevige vuurzee uit. Terwijl de bommenwerper onbestuurbaar begon te tollen, gaf Hughes het bevel om te springen.
De bemanning van dit Vliegende Fort bestond uit:
Tweede luitenant Joseph C. Hughes (piloot)
Tweede luitenant Bromby S. Westlake (copiloot)
Tweede luitenant Albert Stern (navigator)
Tweede luitenant Ford W. Babcock (bommenrichter en neuskoepelschutter)
Staff sergeant Richard L. Martin (radiotelegrafist)
Staff sergeant. John P. Tonon (boordwektuigkundige en rugkoepelschutter)
Sergeant William W.Ward (buikkoepelschutter)
Sergeant Harold Kurlanshik (linker flankschutter)
Sergeant John S.Toth (rechter flankschutter)
Sergeant Raymond M.Milcsik (staartkoepelschutter)

De held van achttien Jaar: Richard Lindley Martin
Dat de bemanning überhaupt de tijd kreeg om hun parachutes om te gespen, was volledig te danken aan de ongekende heldenmoed van Staff Sergeant Richard L. Martin. De radiotelegrafist, geboren op 11 september 1925, was pas achttien jaar oud. Hoewel hij tijdens de zware aanvallen van de Duitse jachtvliegtuigen al ernstig gewond was geraakt, weigerde hij zijn post te verlaten. Terwijl de vlammen om hem heen sloegen, bleef hij de brand in de radioruimte hardnekkig bestrijden. Zijn opoffering kocht kostbare minuten voor zijn kameraden in de tollende bommenwerper. Toen de jonge Gerhard Pas, een schooljongen uit de Bovendorpsstraat in Zeddam, na het gevecht naar buiten rende, zag hij noch net een onwerkelijk en huiveringwekkend beeld in de lucht: de brandende bommenwerper, met op de vleugels nog twee bemanningsleden die met een band vastgegespt stonden en zich klaarmakten voor de sprong.
Martin sprong uiteindelijk zelf ook, maar het lot was hem ongunstig gezind. Hij sloeg te pletter aan de rand van een sloot tussen de Stille Hoeve en de Korenhorst aan de Korenhorsterweg in Lengel. Hij was het enige bemanningslid van de tien dat die dag omkwam. De elfjarige Wim Driessen van de Stille Hoeve was als eerste ter plaatse. De jonge boerenzoon schrok hevig; het was de allereerste keer in zijn leven dat hij een overledene zag. Martins lichaam had een diepe kuil in de slootkant geslagen en was gedeeltelijk bedekt door zijn eigen witte parachute. Hij droeg zijn leren vliegersmuts nog.
Al snel verzamelde zich een menigte buurtbewoners die de jonge Amerikaan uit de kuil trokken en respectvol met de parachute bedekten. Kort daarna reed een luxe auto met Duitse officieren het erf van de Stille Hoeve op. Een woedende Duitse officier eiste de namen van iedereen die bij het lijk van "das Schwein" was geweest. De familie Driessen hield dapper haar kaken op elkaar; de daaropvolgende Duitse dreigementen bleken achteraf gelukkig loos alarm. Na een dag onder bewaking van Duitse wachtposten te hebben gelegen, werd Martins lichaam vervolgens voorzichtig op een geleende ladder naar een auto gedragen en afgevoerd naar de kazerne in 's-Heerenberg.

De crash in Vinkwijk
Om exact 12:00 uur stortte de Sweet Sixteen met een oorverdovend lawaai neer in Vinkwijk (gemeente Bergh), pal achter het huis van de weduwe Thuis aan de Terborgseweg. Claire Deurvorst-Yeates uit Terborg schreef die ochtend geschokt in haar dagboek:
"Vanmorgen is er iets naars gebeurd... Ik zag een vliegtuig naar beneden duiken in de richting van Azewijn. Net voor het achter de bomen verdween, kwam er een enorme vlam uit. Toen hoorde ik de motoren brullen, gevolgd door vuur en een explosie en toen ten slotte een gigantische rookkolom."
De harde noordwestenwind verspreidde de overige parachutisten over de hele regio. Opperwachtmeester Brouwer van de marechausseepost in Zeddam snelde direct naar de rampplek. Drie dagen later, op 7 januari, schreef hij een proces-verbaal waarin hij het vliegtuig per abuis als een Engels toestel aanduidde.
Uit zijn rapport bleek dat er zeven bemanningsleden waren gearresteerd. Vier van hen waren pal in het centrum van Azewijn geland, recht in de armen van daar werkende Luftwaffe-soldaten. De Joodse onderduiker Harry Straus zag hen vanuit zijn schuilplaats bij Frits Beijer angstvallig laag overkomen. Hij wist dat ze meteen gevangen waren genomen.
Een andere vlieger landde bij boer Sloot. De jonge Amerikaan bleek uit Californië te komen en dacht versuft dat hij op neutraal grondgebied was geland. Bij de Rieze in Ulft en bij de protestantse begraafplaats kwamen nog twee vliegers met hun parachute naar beneden. Alle zeven gevangengenomen bemanningsleden werden uiteindelijk afgevoerd naar Duitse krijgsgevangenenkampen.
Twee mannen op de vlucht
Opperwachtmeester Brouwers rapport legde echter nog een cruciaal detail bloot: op 7 januari waren er nog twee bemanningsleden spoorloos. Dit waren de luitenants Albert Stern (navigator) en Ford Wade Babcock (bommenrichter). Zij waren neergekomen in het buitengebied van Vethuizen en Sinderen. Bij boerderij De Tuger in Vethuizen vonden de bewoners later langs de Lange Wei achtergelaten vliegerskleding — de Amerikanen hadden zich blijkbaar snel omgekleed. Anna Banning herinnerde zich dat ze kort daarna twee "niet-Nederlands uitziende" mannen was tegengekomen, zonder direct te beseffen wie zij waren. Voor navigator Albert Stern sloeg het noodlot na een korte vluchtperiode alsnog toe; hij werd door de Duitsers opgespoord en alsnog in krijgsgevangenschap afgevoerd.
.png)
De spectaculaire ontsnapping van Babcock
Voor bommenrichter Ford Wade Babcock liep het aanvankelijk wonderbaarlijk goed af. Hij landde bij boerderij "De Hutte" in Sinderen. Hoewel zijn landing was gezien door een lokale NSB-collaborateur en de klopjacht direct werd geopend, waren de verzetsmannen Joost Boot en Coenraad 'Cees' Poulie de bezetter te snel af.

Wachtmeester Cornelis Coenraad Poulie uit Varsseveld visten Babcock vlak voor de neus van de Duitsers weg en brachten hem naar een safehouse. Wekenlang hield het Achterhoekse verzet Babcock verborgen, tot hij op 17 februari via een geheime ontsnappingsroute naar België werd gesmokkeld. Maandenlang zwierf hij langs veilige adressen via de bekende ontsnappingslijn Comète, tot hij op 22 juni in het Brusselse Oudergem alsnog door de Gestapo werd gearresteerd.
.jpg)
Zijn verhaal nam vlak voor de bevrijding een dramatische wending toen de Duitsers hem in september 1944 op de beruchte "Spooktrein" (Le Train Fantôme) zetten richting de kampen in Duitsland, samen met honderden andere gevangenen. De Belgische verzetsgroep L'Armée Blanche (het Witte Leger) en spoormannen saboteerden en vertraagden het transport echter succesvol. In de totale chaos die ontstond, wist Babcock te ontsnappen. Een dag later keek hij niet in de lopen van Duitse geweren, maar in de opgeluchte gezichten van Canadese bevrijders nabij Brussel. Hij overleefde de oorlog in vrijheid.

Cornelis Coenraad Poulie
Als gevolg van verraad door V-mann Willy Markus (= een Vertrauensmann die infiltreerde in verzetsgroepen om deze te verraden) werd Poulie op 8 maart 1944 op station Oosterbeek door de Sicherheitspolizei gearresteerd. Markus had hem en zijn verloofde hulp aangeboden voor een vlucht naar Engeland. Poulie werd overgebracht naar kamp Vught, waar hij in één van de bunkercellen werd opgesloten. In mei werd hij ter dood veroordeeld en op 6 juni 1944 met 28 andere verzetsmensen, onder wie leden van zijn knokploeg, in het duingebied bij Overveen gefusilleerd en in massagraf begraven. De verrader Markus werd in 1945 gearresteerd en kreeg een gevangenisstraf van achtien jaar opgelegd. In 1956 werd hij vrij gelaten.
De lange reis naar huis
Terwijl zijn kameraden de oorlog overleefden, begon voor de jonge Richard Martin een lange zwerftocht na de dood. Hij werd op 7 januari 1944 onder toezicht van opperwachtmeester Brouwer begraven op de protestantse begraafplaats in Zeddam. Op 19 maart 1946 werd hij opgegraven en overgebracht naar de Amerikaanse militaire begraafplaats in Margraten. Om onduidelijke redenen werd zijn lichaam kort daarna getransporteerd naar de Ardennes American Cemetery in Neuville-en-Condroz, waar hij op 27 april 1946 werd herbegraven als 'onbekende soldaat no. X-3362' — hoewel zijn identiteit in de gemeente Bergh allang bekend was.

Gelukkig werd deze fout later hersteld na een hernieuwde identificatie. In juni 1949 vond Richard Martin eindelijk zijn definitieve rustplaats in zijn vaderland, op de Mount Olivet Cemetery in Fort Worth, Texas. Zijn piloot, luitenant Hughes, had hem al in juni 1945 postuum voorgedragen voor een hoge militaire onderscheiding. Vandaag de dag leeft zijn herinnering voort in de Achterhoek. Zijn naam staat in gouden letters gekerfd op de herdenkingsplaquette bij het Canadese kanon op de Bleek in 's-Heerenberg. Hij gaf zijn jonge leven van achttien jaar, zodat zijn bemanning kon blijven leven.
Bron :
https://www.evasioncomete.be/fbabcocfw.html
Gemeentearchief Bergh, Archief 1942-1983, inventarisnummer 189
Imagine a perfect, cloudless May day, blz. 136
Karl Lusink, Aircraft Research Group Achterhoek Verliesregister 1939-1945, lijst 1944
https://catalog.archives.gov Heuriecus Scholten
WW-2 Crash locations in the province Gelderland Categorie
https://catalog.archives.gov/id
https://www.eerebegraafplaatsbloemendaal.eu
https://www.berghapedia.nl/index.php/B-17G_Flying_Fortress_42-31016
Foto : B-17 Flying Fortress chat GPT
Met dank aan :
Bernhard Deeterink
Evie Koolenbrander
Maarten Koudijs
Stichting Opdat Wij Niet Vergeten















.jpg)












.png)


















