De ochtendlucht hangt zwaar over het grensland bij Landfort. Het is de overgang van de nacht naar de morgen, een kort moment van bedrieglijke stilte. Voor de familie Hunting is het het teken om een veiliger heenkomen te zoeken; hun eigen huis biedt niet genoeg bescherming tegen het naderende front. Met gezwinde spoed steken ze de weg over naar hun overbuurman, Albert Hans. Zijn boerderij heeft drie stevige, gemetselde gewelfkelders die veel sterker zijn. Daar, diep onder de dikke muren, hopen ze het geweld uit te zitten. Mieneke, haar broers Gotfried en Wilhelmus, haar zussen Maria en Helena, en hun ouders kruipen dicht tegen elkaar aan in het halfdonker.

Buiten barst plotseling de hel los.
Vanaf het Landfort nadert een door Duitsers bemande paard-en-wagen. Op dat moment komt er een Engelse jager laag overvliegen en begint met zijn boordwapens te schieten. Het paard wordt vol getroffen. Met twee kapotgeschoten benen en wild van angst sleept het arme dier de wagen voort, tot vlak voor de boerderij van Albert Hans. Daar zakt het ineen. Een Duitse soldaat verlost het dier uit zijn lijden. Het is een ochtend van totale chaos op en rond de Landfortseweg; de Duitse soldaat Gerhard Gerkens komt waarschijnlijk op exact dit moment, tijdens de beschieting van de wagen, om het leven. Hij zal later een tijdelijk veldgraf krijgen bij het nabijgelegen boerderijtje van Hengevelt.
Vanwege het oplaaiende geweld vliegt iedereen in de kelder meteen weer terug naar binnen. Ze houden hun adem in.
Dan klinken er plotseling zware, slepende stappen op de keldertrap.
De deur gaat open en een zwaar gewonde Duitse soldaat komt de keldertrap af. Hij komt niet ver, hij blijft op de derde trede zitten. Zijn uniform zit onder het bloed. Zijn koppel is door een schot bijna doormidden geschoten en hij heeft een diepe schotwond in zijn zijde. Hij ademt zwaar, zijn ogen wild van angst en pijn. Vader Hunting twijfelt geen moment. Ondanks het vijandelijke uniform ziet hij alleen een medemens in nood. Hij loopt naar de soldaat toe om hem te helpen.
“Was willst du?” schreeuwt de soldaat !
“Ich möchte dir helfen,” zegt vader rustig maar dringend.

De soldaat weigert
Maar de achterdocht en de indoctrinatie van de oorlog zijn te sterk. De soldaat weigert de handreiking. Hij wil of durft zich niet te laten verzorgen in de kelder van de burgers. Hij strompelt weer naar buiten, waarna de familie hem niet meer heeft gezien. Het is de laatste keer dat hij levend in hun nabijheid is. De gewonde soldaat die de kelder invluchtte, is naar alle waarschijnlijkheid de dan 26-jarige Nikolaus Kreutz geweest. Terwijl het bloed uit zijn zij stroomt, probeert hij het nabijgelegen bos te bereiken om dekking te zoeken. Wat hij niet weet, is dat de geallieerde linies al vervaarlijk dichtbij zijn. Nikolaus bevindt zich in een dodelijke klem.
Terwijl hij probeert te overleven, rukt de vijand in razend tempo op. Tegen de avond staat de voorhoede van het 7th Battalion van het Hampshire Regiment al letterlijk voor de deur van de boerderij van Albert Hans, klaar om door te stoten in de richting van het Landfort.

Gevangen in dat chaotische niemandsland komt Nikolaus aan zijn einde, uitgerekend op de dag van zijn verjaardag. Werd hij geraakt in een nieuw vuurgevecht met het naderende bataljon, of bezweek hij eenzaam aan de zware schotwond in zijn zijde? We zullen het nooit weten. Hij is niet de enige die hier de dood vindt; de gevechten rondom het erf eisen een vreselijke tol. In of vlak bij de boerderij van Albert Hans sneuvelt ook de Duitse soldaat Gottfried Rienzner.

En op ongeveer 100 meter van de ingang van het landgoed Huis Landfort sneuvelt militair Werner Janke .
De rust keert uiteindelijk weer, maar het drama laat diepe sporen na in de linies. De gesneuvelde militairen worden haastig in de omgeving begraven. Werner Janke bij de oprijlaan, Gerhard Gerkens bij Hengevelt, en Gottfried Rienzner en Nikolaus Kreutz in anonieme veldgraven rondom de boerderij van Albert Hans.
Op 23 juni 1949 worden de lichamen door de Dienst Identificatie en Berging (DIB)* geborgen en uiteindelijk herbegraven op de Duitse militaire begraafplaats in Ysselsteyn. Hun geschiedenis lijkt daarmee voorgoed te rusten in de Limburgse bodem, totdat decennia later Maarten Koudijs zich in de zaak vastbijt.
luid signaal
Maarten krijgt the originele, vergeelde schetsen van de DIB* onder ogen waarop destijds de locaties van de veldgraven nauwkeurig waren ingetekend. Gewapend met deze historische kaarten reconstrueert hij de exacte locatie van het voormalige veldgraf van Nikolaus achter de boerderij. Het is een spannend, haast elektrisch moment als hij met zijn metaaldetector het terrein oploopt. Het duurt niet lang voor er een luid signaal uit zijn hoofdtelefoon klinkt.

Omdat hij zijn schep niet bij zich heeft, begint Maarten koortsachtig met zijn blote handen in de aarde te graven. Na een flink stuk graven voelt hij plotseling een harde rand in de koude grond. Na veel wroeten, wrikken en trekken haalt hij het voorwerp omhoog: een geheel verroeste, loodzware Duitse helm.

Dit moet de helm van Nikolaus Kreutz zijn geweest, achtergelaten in het haastige graf toen zijn lichaam destijds werd geborgen.
Wat overblijft van die noodlottige verjaardag is de herinnering van Mieneke, de oude stenen keldertrap waar vader Hunting tevergeefs zijn hand uitstak, en de verroeste helm die Maarten uit de vergetelheid trok.

Stille getuigen van een groep jonge soldaten die vastliepen in het grensgebied, vlak voordat het front definitief over de boerderij heen raasde.

* Dienst Identificatie en Berging
Bron :
Maarten Koudijs
Met dank aan :
In herinnering Mieneke Gebbink Hunting
Foto's Evie Koolenbrander
Stichting Opdat Wij Niet Vergeten














.jpg)












.png)


















