Het Grieks-orthodoxe echtpaar kreeg negen kinderen, drie meisjes en zes jongens. Peter trok het meest op met zijn broer Mathew en ze gingen samen naar de Theodore School. Beide jongens hielden van sporten zoals honkbal en hockey. Thuis werd Oekraïens gesproken en elders Engels.
Peter bleef op school tot het afronden van groep 7 en werkte op zijn vijftiende fulltime op de boerderij van zijn vader. Daar gebruikten ze zowel paarden als tractoren. Hij kon autorijden en was geïnteresseerd in autotechniek. Peter deed ook wat ruw timmerwerk en smeedwerk, en werkte voor andere boeren in de omgeving wanneer hij thuis niet nodig was.

Peter meld zich aan op 26 november 1942 in Regina
Zijn broer Mathew trainde bij het South Saskatchewan Regiment (SSR) in Canada en werd met zijn eenheid in december 1940 naar het Verenigd Koninkrijk verscheept. Hun oudste broer Nick nam ook dienst, net als Peter en John. Peter meldde zich aan op 26 november 1942 in Regina, op 25-jarige leeftijd. Hij was met zijn 1,78 m ongeveer even lang als Mathew, woog 70 kg en had hazelnootkleurige ogen. Peter werd geïnterviewd en zijn officier merkte op: "Goede, nette kerel... De rekruut heeft een geweldige instelling en wil graag goed presteren. Over het algemeen heeft hij een gezonde kijk op het leven”.

Ondanks dat hij vanwege zijn aanleg en interesse werd aanbevolen voor een opleiding tot automonteur, werd Peter na de basisopleiding naar de kookschool in Regina gestuurd, waar hij werd omschreven als “tamelijk aarzelend”.
In de zomer van 1943 werd hij naar Dundurn en Maple Creek, Saskatchewan gestuurd voor een gevorderde infanterietraining, voordat hij in de herfst naar het Windsor, Nova Scotia Transit Camp werd gestuurd. Peter werd overzee verscheept en ging op 20 september 1943 van boord in het Verenigd Koninkrijk, waar hij werd toegewezen aan de Canadese Infanterie Versterkingseenheid.

Mathew had het geluk gehad door in het Verenigd Koninkrijk te kunnen blijven tijdens de rampzalige Dieppe-aanval waaraan de SSR de zomer van 1942 deelnam. Hij had gezondheidsproblemen die een paar dagen ziekenhuisopname vereisten. Mathew landde met zijn regiment in Frankrijk op 8 juli 1944, iets meer dan een maand na de geallieerde D-Day-invasie. Peter werd op 17 juli in Normandië ingelijfd bij het bataljon van zijn broer.
Het South Saskatchewan Regiment viel onder de 2e Canadese Infanteriedivisie en maakte deel uit van de 6e Brigade, waartoe ook de bataljons Queen's Own Cameron Highlanders of Canada en Les Fusiliers Mont Royal behoorden. Het South Saskatchewan Regiment en de 6e Brigade marcheerden door het gebombardeerde Caen en leverden hun eerste grote slag bij St. Andresur-Orne, waarbij 208 soldaten sneuvelden. Mathew Hydichuk sneuvelt op 23 augustus 1944, 29 jaar oud.

Operatie Veritable
Het South Saskatchewan Regiment werd in november 1944 ingezet voor operaties rond Nijmegen. Peter werd op 23 november 1944 benoemd tot Lance Corporal. De geallieerden braken uiteindelijk op 8 februari 1945 uit hun winterposities met Operatie VERITABLE, waarbij tanks werden gebruikt om infanterietroepen te vervoeren. Het South Saskatchewan Regiment trok door de gehavende Duitse stad Kleef, die zwaar beschoten en gebombardeerd was.

Operatie Blockbuster
Nadat het Reichswald was ingenomen, werden ze rond het Duitse stadje Bedburg, opgesteld voor de volgende fase, Operatie BLOCKBUSTER. De 6e Brigade kreeg het bevel het hoger gelegen gebied net ten zuiden van Kalkar in te nemen en passeerde de startlijn op 26 februari 1945 om 04:00 uur . Ze trokken op over een modderig terrein met hevige regen terwijl ze onder zwaar vijandelijk mortier- en geweervuur lagen.
Sommige tanks liepen vast in de modder en de troepen moesten overstappen op andere voertuigen. Alle doelen van de 6e Brigade werden ondanks deze hinder snel ingenomen. Ze namen 68 Duitsers gevangen en er sneuvelden ongeveer 100 Duitse soldaten. Het volgende grote gevecht van het South Saskatchewan Regiment en de 6e Brigade vond plaats bij de Hochwald Gap op 3 maart 1945.
De 6e Brigade moest de bossen aan de oostkant zuiveren. De eerste poging van de Cameron Highlanders om het bos binnen te dringen mislukte. Door zwaar vijandelijk vuur werden ze teruggedrongen. Het Saskatchewan Regiment begon de tweede aanval op het bolwerk, ondersteund door een squadron tanks van de Sherbrooke Fusiliers. Nu wisten ze hun doelen wel veilig te stellen. Het South Saskatchewan Regiment bleef de volgende dagen in de omgeving van Xanten en vocht schermutselingen uit met de overgebleven Duitsers.

Peter kreeg 9 dagen verlof en werd bij zijn terugkeer uit het Verenigd Koninkrijk op 23 maart 1945 benoemd tot waarnemend korporaal. De geallieerde strijdkrachten konden de Rijn oversteken en de 6e Brigade was weer in beweging, waarbij het South Saskatchewan Regiment richting Gendringen oprukte.
Gesneuveld aan de Tappenweg
Op 31 maart, bij de bevrijding van Etten, sneuveld Peter Hydichuk door granaatinslagen bij het huis van de familie H. Alofs, aan de Tappenweg in Rafelder. Een tweede slachtoffer Hermanus Alofs werd door de Canadese militaire medische dienst afgevoerd naar een Nijmeegs ziekenhuis waar hij op 1 april 1945 overleed.
.webp)
Peter Hydichuk, die tijdelijk werd begraven op de noodbegraafplaats in Megchelen, is een jaar later herbegraven op de Canadese oorlogsbegraafplaats in Groesbeek.

Bron :
Faces to graves
Pieter and Daria Valkenburg
Foto : Battlefield Discovery
Quest France
Photo courtesy of Garry Bodnaryk
Theodore and District History’ book
Auteur/Schrijver Maarten Koudijs























