Generaal-majoor Tom Gordon Rennie
Bij het aanbreken van de dag stuit de eenheid bij Speldrop en Empel op fel Duits verzet van tanks en infanterie. De commandant, generaal-majoor Tom Gordon Rennie, sneuvelt door een mortiergranaat als hij in de ochtend poolshoogte komt nemen.

De 9e Canadese Infantery Brigade breekt bij Bienen door de Duitse linies
De 9e Canadese Infantery Brigade, tijdelijk toegevoegd aan de Highlanders, breekt bij Bienen, na een bittere strijd op 25 maart, door de Duitse linies op een smal stuk land tussen het Millinger Meer en de Alter Rhein. Dit kost ruim 50 Canadezen het leven, ze noemen het ‘Bloody Bienen'. Op 26 maart bereiken de Highlanders Bienen. Ze zijn nu vlak bij Millingen aan de Nederlandse grens maar slaan af naar het westen, in de richting van Emmerich. Omdat de Duitsers vanuit Rees de oversteekplaatsen onder vuur nemen, loopt de bruggenbouw door het 30e Corps flinke vertraging op. Na twee dagen en nachten van felle gevechten valt de stad Rees op 26 maart. Na de verovering van Rees trekken de Schotten via Empel in de richting van Isselburg en Dinxperlo. Isselburg valt op 27 maart. Dinxperlo wordt in de nacht van 29 op 30 maart bevrijd.
Nu neemt de 43e Wessex Infantry Division het over. Die baant zich van 26 op 27 maart een weg door Millingen en raakt ‘s ochtends slaags met Duitse eenheden langs de in aanbouw zijnde Autobahn. Duitse Fallschirmjäger bieden hier fanatiek tegenstand. Om de Autobahn en de Vehlinger Berge wordt de hele dag gevochten. Er sneuvelen 20 Britten. In de ochtend van 28 maart glipt een deel van de Wessex Divisie langs de Duitse flank en dringt, vlak over de Nederlandse grens, Megchelen binnen. Ze stuiten op de boerderij met de klompenwerkplaats van Wilhelmus Hendrikus (Wim) Bergevoet aan de rand van het dorp waar zich een Duitse eenheid bevindt. De Duitsers bevinden zich in de stal van waaruit ze onder de staldeuren gericht op de geallieerden kunnen schieten.
Wim Bergevoet zwaait met een witte vlag en spaart zo zijn boerderij
Er ontstaat een vuurgevecht en hierbij komt de Duitse soldaat Erich Hortig om het leven. Boerderijen en huizen waar Duitsers zich schuilhouden worden door de Britse Crocodile tanks met vlammenwerpers in brand geschoten en vernietigd. Een zeer angstige situatie voor veel mensen. Op de boerderij van Aloisius Tenbult sneuvelt hierbij de Duitse soldaat Herbert Rahlf. Eerder genoemde Wim Bergevoet pakt een stok en knoopt er een wit stuk doek aan. Hij gaat ermee naar boven en zwaait met deze witte vlag uit het raam. De Engelse bemanning van de tanks ziet hem. Zijn boerderij blijft hierdoor behouden en de tanks rijden verder. Om 10.00 uur zijn de stoottroepen doorgedrongen tot aan de zuidkant van Megchelen. Verschillende huizen staan inmiddels in brand, zoals de huizen van Krämer, Nijland, Krul, Keuper, Bockting, Evers, Temming, Stroet, Hey, Hakvoort, Wiendels en Visser. Mieneke Bergevoet ziet dat de boerderij van de familie Nijland in brand staat en moeder Lieske Nijland staat hulpeloos met haar kinderen in de wei toe te kijken.

Het huis van de familie Van Bree krijgt een voltreffer
Als de eerste tanks bij de Nieuweweg aankomen, krijgt het huis van familie Van Bree vele voltreffers. Hun 2 maanden oude baby wordt door granaatscherven gedood. In de middag stuit het 7th infantry Hampshire Regiment op vijandelijke tegenstand.

Bij de boerderij van de familie Sewalt aan de Julianaweg verliest het A-Squadron twee tanks. Het bataljon stopte namelijk te vroeg met het leggen van een rookgordijn waardoor de tanks geen zicht dekking meer hadden en vanuit de linkerflank door de Duitsers onder vuur konden worden genomen. Majoor Wormald is zeer verbolgen over deze fout en doet zijn beklag bij de brigade commandant. Er is sprake geweest van miscommunicatie met de infanterie die verantwoordelijk was voor het rookgordijn.
Uitgeschakeld door 88mm geschut
De eerste Sherman Tank ‘’Firefly’’ van tank commandant Jack Stanley Maxwell wordt uitgeschakeld door het 88mm geschut die voor de boerderij van Tinnevelt aan de Uilenweg staat opgesteld. De bemanningsleden Maxwell, Forbes, Mason en Baxendale worden in tijdelijke veldgraven in de tuin van de familie Seewalt begraven.

Bij de tweede Sherman Tank die wordt geraakt, is Symons gedood en raakt Frank Norman Tapley zwaargewond. De andere bemanningsleden kunnen uit de brandende tank ontsnappen. Tapley wordt naar het noodhospitaal in Esserden gebracht waar hij alsnog aan zijn verwondingen overlijdt.

Bij deze gevechten aan de Julianaweg sneuvelt ook soldaat Percival James Ayres. Zijn tweelingbroer Wilfred John Ayres sneuvelde in juni 1944 op de stranden van D-Day.
Felle gevechten rondom Huis Landfort
Engelse infanterie eenheden komen daarna tot de Zwanenburgseweg ter hoogte van de Koksallee en buigen af naar het gebied rondom het Huis Landfort. Het 7th Infantery Hampshire Regiment richt zich op de linkerflank van het gebied rondom Huis Landfort en er ontstaan felle gevechten met de Duitsers. Het Hampshire regiment verliest die dag 3 soldaten.

Het 4th en 5th Battalion Dorsetshire Regiment voegt zich om 14.30 uur ook bij de aanval. Ze gaan langs de Hogestraat richting het Landfort. De Dorsets vechten op de rechter flank van het gebied rond Huis Landfort. Er sneuvelen 5 soldaten van het Dorsetshire Regiment en er worden veel Duitse krijgsgevangenen gemaakt. Om 18.00 uur hebben de eenheden de oversteek van de Oude IJssel, direct ten zuiden van Huis Landfort, veiliggesteld. In de nacht van 28 op 29 maart steekt de divisie hier heimelijk in stormbootjes over en valt de volgende ochtend de verdediging van Anholt in de rug aan.

De oversteek is goed verlopen maar in een bos net ten noorden van de oversteekplaats, stuit de compagnie op ongeveer 30 vijandelijke Duitse Fallschirmjäger. Een kort gevecht volgt waarbij 5 Duitse soldaten worden gedood en weer worden er verschillende krijgsgevangenen gemaakt. De Royal Engineers werken hard en bouwen een eenvoudige brug bij de oversteekplaats, waarover jeeps kunnen rijden. De antitank kanonnen worden door jeeps naar de overkant gesleept en worden in stelling gebracht. Tegelijkertijd werken de Royal Engineers aan een versterkte brug bij het Landfort om tanks te laten oversteken.
Bij het aanbreken van de dag zijn er tekenen van een mogelijke tegenaanval. De vijand beschiet het bruggenhoofd rondom het Landfort. Er zijn veel troepenbewegingen aan het front. Patrouilles hebben vijandelijke kanonnen gesignaleerd vanuit de richting van Gendringen, ten westen van het bruggenhoofd. Vermoedelijk worden zij beschoten door het 88mm kanon, die staat opgesteld op het stuk grond van Lubbers aan de Zwanenburgseweg.
Op 28, 29 en 30 maart worden de soldaten, die zijn gesneuveld bij de bevrijding van het gebied rondom Huis Landfort, overgebracht naar de klompenwerkplaats van Wim Bergevoet. Deze werkplaats wordt als een soort mortuarium gebruikt.

Op het landgoed van Huis Landfort, sneuvelden Ernest Bellhouse, Kenneth George Edwin Baldwin en Cecil Joseph Ballam van het 7th Bn. Hampshire Regiment. Van het Dorsetshire Regiment sneuvelden Laurence Knox Baster, Leslie Kissane, Desmond William Pepper, Arthur James Phillips en Douglas Arthur James Sussex.
Een aantal dagen later worden alle Engelse gesneuvelde militairen, overgebracht vanaf de klompenwerkplaats naar een noodkerkhof te Esserden in Duitsland. Op 14 oktober 1946 worden zij uiteindelijk overgebracht en herbegraven op het Reichswald Forest War Cemetery bij Kleef in Duitsland. Het Engelse 5th Battalion, Duke of Cornwall's Light Infantry en het 7th Battalion Somerset Light Infantry, trekken verder richting Anholt en Vehlingen, ondersteund door tanks van het B-Squadron 13/18th Hussars.
Anholt wordt op 29 maart ingenomen en de 43e Wessex Infantry Division trekt verder via buurtschap Regniet over de Aa-strang via Sinderen, Varsseveld, Lochem en Borne in de richting van het Duitse Nordhorn.
De Canadese Luitenant Kolonel Jean Allard, wordt in maart 1945 bevorderd tot Brigadier en benoemd tot commandant van de 6th Canadian Infantry Brigade in noordwest Europa. Het Canadese 2e Corps, onder bevel van luitenant-generaal Guy Granville Simonds, heeft nu de taak om Gendringen en omgeving te bevrijden en om verder door te stoten naar het noorden.

De Canadese Brigadier Jean Allard, die het bevel voert over de 6th Canadian Infantry Brigade, is op dat moment vanuit Duitsland op weg naar Megchelen.
De wegen rond Bienen, Millingen, Anholt en Bocholt zijn overvol omdat twee legerkorpsen hier overheen moeten. Daardoor passeert Brigadier Generaal Allard, met drie infanterie bataljons, pas in de middag van 29 maart de grens. Hij neemt positie in bij Megchelen, dat daags daarvoor door de Engelse 43e Wessex Infanterie divisie is bevrijd.


Bron:
Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers
Duitse begraafplaats Ysselsteyn
SGLO
Backto Normandy
Karl Lusink
The British Army in North-west Europe 1944-45
Jan Heemels (Duitse begraafplaats Ysselsteyn)
Auteur/Schrijver Maarten Koudijs
Met speciale dank aan :
Bernhard Deeterink
Foto Landfort : Evie Koolenbrander
























