De komst van de Britse Allards brigade wordt afgeschermd door het 'A' Squadron van het 43e Recce Regiment, het verkenningsregiment van de Wessex Divisie. Het Squadron is de avond tevoren in Megchelen gearriveerd en houdt het front rond het dorp nauwlettend in de gaten. In de loop van 29 maart 1945 zendt het verschillende patrouilles uit langs de wegen en paden die vanuit Megchelen naar het noordwesten voeren.
Anti-tankkanon uitgeschakeld
Verkenningswagens van de 2e Troop dringen door tot bij Wals en nemen daar zeven Duitsers gevangen: drie leden van de Volksturm en vier Fallschirmjäger. Als de verkenners ten noorden van Wals op ingegraven vijandelijke infanterie stuiten, trekken zij zich terug.
Rond 11.00 uur voert de 1e Troop een verkenning uit langs de Zwanenburgseweg naar Gendringen. De verkenningswagen van luitenant Jackson, de commandant van de 1e Troop, wordt daarbij beschoten door een anti-tankkanon op het bouwland van W. Lubbers en uitgeschakeld. Jackson blijft ongedeerd, maar de overige twee bemanningsleden raken gewond.
.webp)
Het Duitse 88 mm kanon aan de Zwanenburgseweg wordt meteen door de Britten met artillerie onder vuurgenomen en uitgeschakeld waarbij twee Duitse militairen om het leven komen. De twee omgekomen Duitse soldaten worden later gezamenlijk in een eenmansgat geduwd.
Op onderzoek uit
Als de gevechten zijn beëindigd, gaat de negenjarige Gerrit Lubbers natuurlijk op onderzoek uit. Op het bouwland staan kippenschuren die nog redelijk intact zijn. Gerrit vindt in deze schuren veel munitie en cordiet dat als drijflading voor de mortieren wordt gebruikt. Ook vindt hij persoonlijke spullen van de Duitse soldaten en veel foto‘s. Natuurlijk neemt hij een aantal spullen mee naar huis, waaronder een Duits kompas.
Een gouden zakhorloge
Schuin tegenover de boerderij van Wim Lubbers staat nog steeds de uitgeschakelde Humber Mark VI verkenningswagen van luitenant Jackson. Inmiddels is het voertuig een speelparadijs voor de kinderen uit de buurt geworden. Natuurlijk is Gerrit Lubbers ook weer van de partij. Samen met de andere kinderen lukt het de zware deuren van de Humber te openen. Ze vinden er van alles: papieren, munitie en persoonlijke bezittingen. Ook liggen er veel spullen om de verkenningswagen heen. De kleine Gerrit laat zijn blik langs de heg naast de Humber gaan, en iets ziet glinsteren. Hij pakt het uit de heg en zijn hart begint sneller te kloppen. Hij houdt een mooi gouden zakhorloge in zijn hand.

Natuurlijk neemt hij het mee naar huis en tot de dag van vandaag is het in het bezit van Gerrit Lubbers. Natuurlijk zou hij dit horloge het liefst teruggeven aan de nabestaanden van de de eigenaar. Maar vind die maar eens....


Na vier jaar herbegraven
De twee gesneuvelde Duitse soldaten worden in 1949 opgegraven door de Dienst Identificatie en Berging en herbegraven op de Duitse begraafplaats Ysselsteyn. De twee Duitse soldaten hebben ruim vier jaar in dat gat gelegen. Eén soldaat was vergaan maar de ander was nog geheel intact, vertelde Gerrit Lubbers die bij de opgraving aanwezig was. Het leek alsof hij er net was ingegooid. Bij de identificatie in 1949 wordt op de Duitse begraafplaats Ysselsteyn vastgesteld dat het gaat om Kornelius Stiel en Erich Marschner.
De Humber
Later is de Humber met de stoomwals van Doris Willemsen versleept
naar de Walseweg in Gendringen. Daar dient het als oorlogsmonument en
blijft het staan tot midden jaren vijftig.

Het Oranje comité van Gendringen wil in de jaren vijftig een openluchttheater bouwen in Engbergen en heeft daar geld voor nodig. De Hummer wordt verkocht aan de oudijzerboer voor 750 gulden. In die jaren hebben ze in Gendringen liever een burgermonument dan een oorlogsmonument.

Met dank aan: Gert Lubbers
Auteur/Schrijver Maarten Koudijs
Foto : Maarten Koudijs
























