Lincolnshire
De avondlucht boven Lincolnshire ademde een bedrieglijke rust uit toen de motoren van de Avro Lancaster ME840 warmdraaiden. Het was 16 juni 1944, slechts tien dagen na D-Day. Voor de zevenkoppige bemanning van het 550ste squadron van de Royal Air Force was dit de zoveelste dans met de dood. De jonge Flying Officer Gavin Strang Smith DFC, een ervaren 22-jarige piloot van de RAF Volunteer Reserve, keek omhoog naar de schemering. Hij gaf het teken en om 23:05 uur koos de zware, viermotorige bommenwerper brullend het luchtruim vanaf vliegveld North Killingholme. Hun doelwit voor die nacht: de vitale, zwaarbewaakte synthetische oliefabrieken in Sterkrade, die cruciale brandstoffen leverden voor de Duitse oorlogsindustrie.

Het werd een barre tocht. Het was een ijskoude nacht en de bommenwerpers ondervonden onderweg hevige problemen met ijsvorming. Toen de ME840 boven het doelwit aankwam, bleken de fabrieken gehuld in een dik pak wolken. Pathfinder-vliegtuigen hadden voorafgaand aan de hoofdmacht al wel lichtmarkeringen afgeworpen, maar het lossen van de dodelijke lading bleef een hachelijke zaak. Het Duitse luchtafweergeschut rond Sterkrade was matig tot intens en het luchtruim krioelde van de actieve nachtjagers.

Aan boord zat ook de 23-jarige Flying Officer John Joseph Berg, de navigator van het toestel. John was een ervaren en hooggedecoreerde vliegenier die het Distinguished Flying Cross droeg voor zijn eerder betoonde moed. Hij was pas drie weken eerder, op 27 mei, overgeplaatst naar het 550ste squadron. Thuis in het Engelse Grimsby wachtte zijn familie in spanning af: zijn ouders Sidney en Sarah, zijn jongere broer Ralph, en bovenal zijn grote liefde Frances, met wie hij pas zes weken daarvoor was getrouwd.
In de neus van het toestel tuurde de 29-jarige Flying Officer Leslie Pulfrey, de bommenrichter, door zijn vizier om de lading te lossen. De bommenluiken openden zich boven de vlammenzee van Sterkrade en de lading werd gedropt. Door de intense vijandelijke tegenwerking en de dichte bewolking liep de ME840 boven het doelwit echter kostbare vertraging op.

Het toestel verliet het doel te laat, raakte achterop en viel buiten de veilige, compacte bommenwerperformatie. Zonder de bescherming van het geconcentreerde vuur en de 'window'-stoorstrips (radar-misleidende aluminiumfolie) die de andere toestellen uitwierpen, was de eenzame Lancaster nu pijnlijk zichtbaar op de Duitse radars.
Die nacht was het domein van de jagers. Vanaf vliegveld Venlo was de Duitse nachtjager-aas Oberleutnant Josef Nabrich, Staffelkapitän van 3./NJG 1, opgestegen in zijn geavanceerde Heinkel He 219 Uhu. Ergens in de buurt van de Nederlands-Duitse grens, boven de Achterhoek, kreeg hij de ME840 in het vizier. Met dodelijke precisie vuurde Nabrich zijn boordkanonnen af. Het was exact 01:49 uur toen hij op 6.000 meter hoogte zijn veertiende overwinning claimde. De inslagen waren vernietigend. Kogels doorboorden de vleugel en raakten de tweede motor en de brandstoftank, die direct in lichterlaag vloog.

Heinkel He 219 Uhu
Binnen enkele seconden transformeerde de trotse bommenwerper in een gierend inferno. "Jump! Jump!" schreeuwde Smith door de intercom terwijl de cockpit zich vulde met verstikkende rook. Boordwerktuigkundige Roy Kay gooide vliegensvlug het voorste noodluik overboord, zette de brandende motor nummer 2 af en bediende tevergeefs de brandblussers. Piloot Gavin Smith gaf de bemanning het bevel om hun parachutes aan te trekken. Leslie Pulfrey twijfelde geen seconde. Als bommenrichter zat hij het dichtst bij het geopende noodluik in de neus en wierp zich de peilloze diepte in, boven het Aaltense buurtschap Barlo.

Roy Kay
Omstreeks 01:50 uur stond de 23-jarige Roy Kay nog vlak naast piloot Smith in de brandende cockpit, toen plotseling de benzinetank explodeerde. Door de enorme klap werd Kay wild de open lucht in geblazen. De klap sloeg hem bijna bewusteloos, maar in een reflex wist hij in zijn val het trekkoord van zijn parachute te vinden en te openen. Terwijl Kay aan zijn parachute hing, brak de brandende Lancaster boven Barlo al delen van de staart en een deel van een vleugel af. Het toestel brak in tweeën en sloeg tenslotte rond 01:50 uur te pletter in een weiland achter boerderij ‘Oude Lieftinck’ aan de Heelweg in Varsseveld (destijds gemeente Wisch, tegenwoordig gemeente Oude IJsselstreek).

Toen de zon die ochtend opging over de Achterhoekse weilanden, werd de omvang van het drama pijnlijk duidelijk. Landbouwer Johan van Eerden van de nabijgelegen boerderij Nieuw Kolstee (Smol) in Barlo liep die vroege ochtend van 17 juni zijn land op. In de verte zag hij iets wits wapperen in de wind. Daar in het gras lag het roerloze lichaam van Flying Officer Leslie Pulfrey.
Gerrit Hendrik van Eerden
Johan haastte zich naar landeigenaar Gerrit Hendrik van Eerden om hem op de hoogte te stellen. Samen stelden ze vast dat de sprong in de duisternis de bommenrichter fataal was geworden: zijn parachute stond nog bol door de bries, maar het doek was gescheurd en zijn hoofd zat tragisch verstrengeld in de koorden. Hij miste zijn vliegerlaarzen. Hoewel hij het brandende wrak had overleefd, had de landing hem het leven gekost.


Bij het wrak in Heelweg vonden omwonenden de lichamen van de overige opvarenden: piloot Smith, de schutters Tizard en Heath, radiotelegrafist Townsend én de jonge navigator John Joseph Berg. Zij hadden hun vliegende bommenwerper niet op tijd kunnen verlaten.
Na zes weken huwelijk al weduwe
In Lincolnshire viel die dag de wereld van een jonge bruid in duigen; Frances was na zes weken huwelijk al weduwe. De zes gesneuvelde kameraden kregen hun laatste rustplaats op de Algemene Begraafplaats in Varsseveld (Begraafplaats Rentinkkamp). Omdat de mannen in het wrak niet meer van elkaar te onderscheiden waren, werd John samen met zijn makkers begraven in een gemeenschappelijk graf.

Op de gedenksteen van Leslie lieten zijn nabestaanden de diepe woorden beitelen:
“Deep in our hearts, his memory is kept. We smile with the world, but never forget.”
Op het gezamenlijke graf stonden de eveneens hartverscheurende woorden:
“In Loving Memory. Sadly missed by his dear wife, mother, father and brother.”
Maar te midden van al het verdriet voltrok zich een wonder. Roy Kay had de explosie en de val overleefd. Hij landde in een omheind veld vlakbij de crashlocatie, hevig bloedend uit oppervlakkige wonden aan zijn linkerarm en knie, en zonder zijn rechterlaars. In de verwarring dacht hij dat hij veel verder naar het westen was geland. Hij begon te lopen in zuidelijke richting—onwillekeurig recht terug naar de gevaarlijke Duitse grens. Diezelfde ochtend nog, op 17 juni, ontmoette hij echter een barmhartige boer die hem voedsel gaf en hem direct in contact bracht met het Nederlandse verzet.
De lokale pilotenhelpers en de Aaltense verzetsleiding kwamen onmiddellijk in actie. De bekende verzetsleider "Ome Jan" Wikkerink, diens dochter Jo Wikkerink en pilotenhelper Wissink ontfermden zich over de gewonde vliegenier. Ze brachten hem voorop de fiets naar een veilig onderduikadres, een boerderij nabij Heelweg waar al twee andere geallieerde piloten verborgen zaten. Via deze geheime ontsnappingslijnen werd hij van adres naar adres gesmokkeld.
Engelse bodem
Hij werd naar Den Haag gebracht, waar hij 40 dagen verbleef, om vervolgens te worden overgeplaatst naar het Belgische verzet. Daar bleef hij ondergedoken tot 19 september 1944, toen de Amerikanen het gebied bevrijdden. Slechts drie dagen later, op 22 september, zette Roy weer voet op Engelse bodem. Hij was de enige overlevende die de verhalen van de Lancaster ME840 na kon vertellen. Hij overleed uiteindelijk op 23 maart 2009 op 88-jarige leeftijd.

Ook voor de Duitse piloot die hen neerschoot, liep de oorlog niet goed af. Oberleutnant Josef Nabrich overleefde het conflict niet. Op 27 november 1944 werd zijn auto in de buurt van vliegveld Münster-Handorf doorzeefd door beschietingen van geallieerde jachtbommenwerpers van de 2e Tactische Luchtmacht (TAF) van de RAF. Nabrich, die uiteindelijk 17 luchtoverwinningen zou behalen, kwam hierbij om het leven. Hij werd begraven op de oorlogsbegraafplaats Münster-Lauheide.
Het leven in Engeland ging na de oorlog onverbiddelijk door, getekend door het litteken van dat ene verlies. Frances, de jonge weduwe van John, vond pas in 1949 weer het geluk toen ze hertrouwde met Arthur Francis. Maar in de bodem van de Achterhoek bleef de herinnering aan haar eerste grote liefde en de opoffering van de bemanning voor altijd levend. Vandaag de dag, aan de Gandvoortweg in Barlo, staat een bescheiden monument op de plek waar Leslie werd gevonden. Een blijvende herinnering aan jonge mannen zoals Leslie, Gavin, Ralph, St. John, James en John, die hun dromen, hun prille huwelijken en hun levens gaven voor de vrijheid van een land dat het hunne niet was.

Opdat Wij Niet Vergeten
Squadron Leader Gavin Strang Smith DFC (RAF) – Piloot
Flying Officer John Joseph Berg DFC (RAF) – Navigator
Flying Officer Leslie Pulfrey (RAF) – Bommenrichter
Flight Sergeant Ralph Townsend DFM (RAF) – Radiotelegrafist
Flight Lieutenant St. John Tizard (RAF) – Bovendekschutter
Flying Officer James Heath (RCAF) – Staartschutter
Flying Officer Roy Kay (RAF) – Boordwerktuigkundige (overleefde de crash)
https://www.youtube.com/watch?v=3OOCNdXSoHw
Bron :
Maarten Koudijs
https://www.cwgc.org/find-records
https://nationaalonderduikmuseum.nl
http://550squadronassociation.org.uk
Met dank aan :
Bernhard Deeterink
Foto's Evie Koolenbrander
























.png)


















