Nationaal Ereveld Loenen is de belangrijkste erebegraafplaats voor Nederlandse oorlogsslachtoffers. Prinses Wilhelmina opende het ereveld officieel op 18 oktober 1949. De begraafplaats ligt verscholen in de bossen van de Veluwe en telt bijna 4.000 graven van militairen en burgers.
Het ontstaan van het ereveld
De geschiedenis begon kort na de Tweede Wereldoorlog. In 1947 besloot de Nederlandse regering om de stoffelijke resten van Nederlandse slachtoffers uit nazi-Duitsland terug te halen. Velen van hen waren destijds zonder fatsoenlijk graf begraven.

De Oorlogsgravenstichting startte in 1948 met de aanleg van deze centrale begraafplaats. Bij de officiële opening had nog maar een kleine groep van zo'n 200 slachtoffers hier een laatste rustplaats gevonden. Burgers en militairen liggen er naast elkaar. Ereveld Loenen weerspiegelt de brede impact van de Tweede Wereldoorlog: er liggen relatief weinig militairen, het merendeel bestaat uit burgers.

Onder hen bevinden zich:
Verzetsstrijders en politieke gevangenen
Engelandvaarders die probeerden over te steken naar het Verenigd Koninkrijk
Dwangarbeiders die stierven tijdens de Arbeitseinsatz in Duitsland
Slachtoffers van represailles, zoals de massale fusillade bij de Woeste Hoeve
Burgerslachtoffers van het dagelijkse oorlogsgeweld
Meer dan 100 graven dragen de aangrijpende tekst 'Onbekende Nederlander'.

In deze kapel liggen 42 gedenkboeken met de namen van circa 125.000 Nederlandse oorlogsslachtoffers van wie de graflocatie onbekend is. Dankzij deze boeken worden zij hier toch herdacht. Elke dag slaat de opzichter van het Nederlands ereveld een pagina van een gedenkboek om.
Hoewel het ereveld begon als rustplaats voor slachtoffers uit de periode 1939-1945, is de functie daarna uitgebreid. Er liggen nu ook Nederlanders die omkwamen tijdens de politionele acties in voormalig Nederlands-Indië, de Korea-oorlog, de strijd in Nieuw-Guinea en recentere internationale vredesmissies. Nog steeds vinden er jaarlijks zo'n achttien herbegrafenissen plaats. Dit gebeurt wanneer een oorlogsgraf elders in het land dreigt te verdwijnen of slecht onderhouden is.
Slachtoffers kamp Rees
Onder de slachtoffers die hier hun definitieve rustplaats vonden, bevinden zich onder andere 19 personen die destijds zijn omgekomen in de voormalige gemeenten Gendringen en Wisch. Zij waren het slachtoffer van oorlogsgeweld, de Arbeitseinsatz en slachtoffers uitkamp Rees.

Joannes Albert Mienis en Bob Steetskamp
Zwaar ondervoed renden deze twee jongens door de weilanden. Ze probeerden terug te keren naar Nederland. Vlak bij Netterden staken ze het ijskoude riviertje de Wetering over, waar een van hen een hartstilstand kreeg en verdronk.
Door angst gedreven rende Steetskamp door. Hij riep een toevallig passerende boer toe dat zijn kameraad Mienis in het water was achtergebleven. De boer alarmeerde de Marechaussee Brigade in Ulft en omstreeks 12.00 uur ging wachtmeester Gerhard Brefeld op onderzoek uit. In het water vond hij een jongeman die alleen een overall droeg. Wachtmeester Brefeld haalt hem met hulp van de boer uit het water en constateert de dood van het slachtoffer.
De verdronken jongen werd in eerste instantie als onbekende begraven op de protestantse begraafplaats in Wieken.
Pas op 31 januari 1946 werd duidelijk dat het om Joannes Albert Mienis ging, waarna hij werd herbegraven op de rooms-katholieke begraafplaats in Gendringen. Op 10 juli 1947 werd hij overgebracht naar het Nationaal Ereveld in Loenen.
Steetskamp werd destijds uitgeput gevonden en naar het ziekenhuis in Doetinchem gebracht. Omdat daar destijds veel zieken uit Haarlem werden verpleegd, had een comité uit die stad het ziekenhuis al enkele keren bezocht om pakketjes en kleding van familieleden te brengen. De heer H.M. Krimp, die deel uitmaakte van dit comité, hoorde tijdens zo’n bezoek van de directrice, zuster Dekker, dat Bob erg verlangde naar zijn vader. De heer Krimp beloofde te proberen om bij een volgend bezoek Bobs vader mee te nemen.
Op zondag 18 februari reisde het comité opnieuw naar Doetinchem, ditmaal in het gezelschap van Bobs vader. Na aankomst belden de mannen aan bij het ziekenhuis. De directrice deed de deur open. “We hebben de heer Steetskamp bij ons om zijn zoon te bezoeken”, meldden ze. De directrice schrok. Haar reactie werd onmiddellijk begrepen: ze waren te laat. De avond ervoor was Bob overleden. De mannen gingen met zijn vader mee om afscheid van hem te nemen.
Daarna bleef vader Steetskamp alleen achter bij zijn zoon.
Op donderdag 21 februari werd Bob Steetskamp begraven op de Algemene Begraafplaats aan de Loolaan.

Het Noodziekenhuis in Gendringen
In het noodziekenhuis in Gendringen overleden Marinus Willem Lindhout, Lourens Morin, Johannes Tempelman, Hendrik Johannes van Noort, Marinus Plomp, Matthijs Johannes van Baarle, Johannes Cornelis van Oosten en Petrus Johannes Kuiper.
Derk Jan van Putten en Joannes Albert Mienis waren bij aankomst al overleden. In eerste instantie werden zij allemaal begraven op de protestantse begraafplaats in Wieken of op de Rooms-Katholieke begraafplaats in Gendringen.
Tijdens de oorlog vonden ook Rudolf Driessen en Antonius van Haaster aanvankelijk samen hun rustplaats op de begraafplaats in Breedenbroek. Na de bevrijding veranderde de situatie voor een aantal slachtoffers: Marinus Willem Lindhout, Marinus Plomp en Derk Jan van Putten werden overgebracht naar hun eigen woonplaats om te worden herbegraven in een familiegraf.
Antonius van Haaster werd uiteindelijk overgebracht naar het Nationaal Ereveld Loenen. Johannes Cornelis van Oosten, Petrus Johannes Kuiper en Rudolf Driessen liggen definitief begraven in de plaats waar zij zijn overleden.
Het Klooster en de Jongensschool in Silvolde
In het klooster van Silvolde overleden Nicolaas Bloemheuvel, Cornelis Johannes Boulonois, Adrianus Gelinus Arnoldus de Vette, Antonius Hermanus Ligtvoet, Piet Hendriks, Dirk Meershoek, Gerrit van Vuuren en Cornelis Hagoort.
Cornelis Hagoort werd als enige begraven op de Hervormde begraafplaats in Silvolde, tot ook hij in 1976 werd overgebracht naar het Nationaal Ereveld in Loenen.
Nicolaas Bloemheuvel, Cornelis Johannes Boulonois en Adrianus Gelinus Arnoldus de Vette liggen nog altijd begraven op de begraafplaats in Terborg.
Het blijkt dat de Oorlogsgravenstichting de heer A.G.A. de Vette (1892-1945) wel heeft geregistreerd, maar dat hij geen oorlogsslachtoffer is in de zin van hun statuten. Zijn naam wordt daarom niet getoond op de website van de stichting. Zijn dossier is inmiddels openbaar en online te bekijken bij het Nationaal Archief.
Tot slot overleden Petrus Johannes Marges en Hendrikus Johannes Gerhardus Mulder in de jongensschool van Silvolde. Zij vonden hun laatste rustplaats op de lokale Rooms-Katholieke begraafplaats, waar zij nog altijd begraven liggen.
Johannes Marijn Bom overleed op 14 maart 1945 in het ziekenhuis van Terborg.
Het verhaal van Garifolinie Husman
Tussen de graven van de Kamp Rees-slachtoffers in Terborg bevond zich destijds ook het graf van het 19-jarige meisje Garifolinie Husman. Zij werd op 11 april 1945 in zwaar ondervoede toestand binnengebracht bij het klooster St. Clara in Silvolde.
Helaas overleed zij de volgende dag. Sinds december 1956 rust zij op het Sovjet Ereveld in Leusden.
Theodorus van Gorkum overleed op 5 december 1944 in Mülheim an der Ruhr aan de gevolgen van zware brandwonden. Hij werd aanvankelijk in deze Duitse stad begraven, maar op 12 mei 1951 is zijn stoffelijk overschot overgebracht naar de Rooms-Katholieke begraafplaats in Silvolde. Sinds 1976 rust hij op het Nationaal Ereveld Loenen.

Franciscus kwam op 29 november 1944 om het leven bij een aanval van Jabo's in Isselburg. Op 4 december werd hij begraven op de rooms-katholieke begraafplaats Petrus en Paulus in Ulft. In 1961 is hij herbegraven op het Nationaal Ereveld Loenen.

Verzetsstrijders en dwangarbeiders
Verder rusten op deze begraafplaats de verzetsstrijders Albert Gerrit Hendrik Harterink en Nicolaas Walter Gitz. Ook de gedwongen grensgangers Hendrikus Bernardus Ketelaar en Wilhelmus Johannes Splithof.
Ook de Utrechtse dwangarbeider Johannes van Elst ligt hier begraven. Hij overleed op 25 maart 1945 in het noodziekenhuis Maria Magdalena Postel in Gendringen.
Daarnaast bevindt zich hier het graf van Joannes Nicolaas Koernap. Hij werd op 8 maart 1945, samen met 37 anderen, door de Duitsers gefusilleerd op de Waalsdorpervlakte. Dit was een represaille voor de aanslag op Hanns Albin Rauter. Onder de 38 slachtoffers van deze massa-executie waren 27 verzetsstrijders en 11 burgers die waren opgepakt wegens plundering. Koernap behoorde tot de laatste groep


Wilhelmus Jacobus Kok uit Gendringen vocht tijdens de Tweede Wereldoorlog op het eiland Tarakan. Door doorgesneden telefoonlijnen wist zijn KNIL-kustbatterij niet dat Nederland gecapituleerd had. Plichtsgetrouw openden zij het vuur op binnenvarende Japanse mijnenvegers, waarbij twee schepen zonken. De Japanse legerleiding zag de actie ten onrechte als verraad. Als brute vergelding werden Wilhelmus en zijn 214 kameraden op 19 januari 1942 op zee geëxecuteerd. Dit gebeurde exact op de plek van de gezonken schepen. Niemand overleefde het drama.
Bron :
Oorlogsgravenstichting.nl
Openarchieven
Maarten Koudijs
Foto's Evie Koolenbrander























