De aanval startte op 1 april om 01:00 uur met steun van de artillerie en tanks van de Fort Garry Horse. Elk van de vier compagnieën van de Canadese Black Watch kreeg een specifieke taak:
A-compagnie: beet de spits af om de omgeving van de Paasberglaan en de molen in te nemen.
B-compagnie: zou via A-compagnie doorstoten, linksaf slaan en het centrum tot aan de kerk zuiveren.
C-compagnie: moest via A-compagnie doorrijden naar de spoorwegovergang ten noorden van het stadje.
D-compagnie: vormde de achterhoede om de bossen en het landgoed 'Huis Wisch' te zuiveren.
De Strijd in het Stadje
A-compagnie: Hevige strijd bij de molen
In de vroege ochtend van 1 april om 01:00 uur werd het sein gegeven voor de aanval. Bij Reijrinks molen en op de Silvoldseweg tussen Silvolde en Terborg werd hevig gevochten. De infanteristen van de Black Watch reden mee op de tanks van de Fort Garry Horse. Deze tanks gaven kruisvuur af bij de molen, maar kwamen zelf ook onder zwaar vuur te liggen van geweren, machinegeweren en geweergranaten.

De twee voorste tanks van A-compagnie werden getroffen door granaten van een Duits antitankkanon en werden uitgeschakeld. Hierdoor moest de eenheid zich tijdelijk terugtrekken en reorganiseren. Bij deze gevechten raakten acht soldaten gewond. Onder de zwaargewonden bevonden zich sergeant Chandler, luitenant Jones, korporaal Ramsay en de soldaten Payne, Sparling, Wennerstrom en Robert Walker. Een gesneuvelde Canadese soldaat bleef achter in de tuin van Reijrink.

Tijdens deze nachtelijke gevechten stond er waarschijnlijk ook een Duitse Beutepanzer als hinderlaag opgesteld in de bossen of op de oprijlaan van Kasteel Wisch. Toen de Canadezen Terborg binnentrokken, werd dit voertuig direct onder vuur genomen en definitief uitgeschakeld.

Verkenners brachten hierna tien gevangenen binnen. Een van hen, een Oberleutnant, beweerde dat er nog maar 25 verdedigers over waren. Majoor Motzfeldt geloofde dit niet, omdat zijn mannen constant stuitten op goed opgestelde Duitse weerstandsnesten. De vijand gaf zich pas over na felle man-tegen-mangevechten. Tijdens deze gevechten ontdekte een sectie van het Carrier Platoon ook een Duitse geschutsopstelling bij de Lovink IJzergieterij. Na felle gevechten – waarbij een Canadees met een geweerkolf werd neergeslagen maar overleefde – nam A-compagnie haar doel in. Zij maakte achttien krijgsgevangenen en telde zelf vijf lichtgewonden.
B-compagnie: Huis-voor-huiszoeking
B-compagnie (onder leiding van captain R.F. Davey) kampte met grote problemen met de draagbare radio's. Majoor Motzfeldt ging om 04:22 uur zelf naar voren om poolshoogte te nemen. De compagnie had de taak om een lange straat huis-voor-huis te doorzoeken in de richting van de kerk. Omdat dit te traag ging, nam captain Davey een gok: hij stopte met de doorzoekingen en liet zijn mannen de resterende 500 meter in één ruk doorlopen. Er werd geen schot gelost. Tijdens de medische verzorging achteraf deed zich een bizar incident voor: een gewonde Duitse gevangene beet een Canadese hospik in zijn oor.
C- en D-compagnie: De tangbeweging bij de Paasberg
Rond 05:00 uur trok het tactische hoofdkwartier naar het gebied van A-compagnie, waar brigadegeneraal W.F. Megill om 06:20 uur vaststelde dat alles naar wens verliep. C-compagnie bereikte haar doel bij de spoorwegovergang zonder één schot te lossen.
D-compagnie kreeg het zwaarder. Vanaf de weg bij de lokale begraafplaats trokken zij via de zuidkant het bosgebied de Paasberg in, waar ze onder intens vuur kwamen te liggen van geweren en geweergranaten.
Eén peloton splitste zich af om de Duitsers via de noordkant te omsingelen. Vluchtende Duitsers renden het open veld in en liepen direct in de armen van de patrouille van luitenant A.E. Twedell (B-compagnie), die net terugkwam van een inspectie bij de brug over de Oude IJssel op de weg naar Etten.

De afloop en verdere opmars
Om 07:25 uur was Terborg officieel gezuiverd. De Black Watch maakte in totaal 61 krijgsgevangenen. Naast soldaat Graham overleed later die dag ook soldaat Robert Walker aan zijn verwondingen in het hospitaal in Bedburg-Hau.
Terborg fungeerde die ochtend direct als startlijn voor de verdere opmars van de 5th Canadian Infantry Brigade richting Doetinchem. De Calgary Highlanders leidden de aanval, gevolgd door het Regiment de Maisonneuve, dat in het verzamelgebied bij Gendringen nog zwaar onder artillarievuur kwam te liggen (elf gewonden). Met hulp van het 8th Recce Regiment werd Doetinchem diezelfde ochtend nog bereikt, waarmee de grotere Canadese opmars naar het noorden – Operation HAYMAKER – definitief was begonnen.


Opdat Wij Niet Vergeten
Ernest George Graham en Robert Walker rusten op de Canadese begraafplaats in Groesbeek.

Bron :
ww2talk
Maarten Koudijs
Met dank aan: Bernhard Deeterink
Evie Koolenbrander
Stichting Opdat Wij Niet Vergeten

























