Het waren Britse stoottroepen en tanks van de 43rd (Wessex) Infantry Division, waaronder het 4th Battalion Dorsetshire Regiment en het 7th Battalion Hampshire Regiment.
Tijdens deze gevechten ondersteunden zware en speciale tanks de Britse soldaten. Hierbij zaten ook Churchill Crocodiles: tanks met een vlammenwerper. Wanneer de Duitsers zich hardnekkig verdedigden, werden deze vuurtanks ingezet om de stellingen volledig te vernietigen. Op 29 maart 1945 losten de Canadezen de Britten af om de regio definitief te zuiveren. The South Saskatchewan Regiment trok als eerste Canadese eenheid het dorp binnen. Zij werden direct gevolgd door de Shermantanks van The Fort Garry Horse, die vuursteun gaven bij het schoonvegen van de grensstreek.
Tot slot rukten The Cameron Highlanders of Canada op om de wegen rondom het bevrijde Megchelen te beveiligen. Megchelen was hiermee de allereerste Nederlandse plaats boven de Rijn die op deze wijze, na felle gevechten, werd bevrijd. De strijd om Megchelen kostte veertien geallieerde en zevenentwintig Duitse militairen het leven.
Tussen de brokstukken van wat ooit een thuis was, herinneren de sobere veldgraven van gesneuvelde militairen aan de onvoorstelbaar hoge prijs die hier is betaald. Dit is de rauwe realiteit waarin het heden het verleden ontmoet.
Dit gold ook voor de 16-jarige Ans van de Meiracker. Door de slechte omstandigheden en het weinige voedsel in haar woonplaats Rotterdam kwam zij in Megchelen terecht. In eerste instantie verbleef zij aan de Nieuweweg bij de familie Essink, maar later trok zij in bij het gezin Tiemessen. Hier hielp ze in het huishouden en draaide ze mee in het dagelijks leven. Moeder Clara en Ans hadden een goede klik samen.

Verborgen onder de dakpannen
In dit gezin maakte Ans de bevrijding mee, een gebeurtenis die haar de rest van haar leven zou bij blijven. Eind maart 1945 waren bij het gezin Tiemessen drie Duitse soldaten ingekwartierd. De jongste was nog maar 18 jaar oud en had veel last van heimwee naar zijn moeder. Ans voerde veel gesprekken met deze jongen. Tijdens de strijd op 28 en 29 maart werd er in de omgeving hard gevochten. Het gezin schuilde destijds in een zelf gegraven bunker. Buiten, vlak naast de boerderij, lag een gesneuvelde Duitse soldaat. Ans hoorde later van anderen dat de dode het 'zielige soldaatje' was. Hij lag verborgen onder dakpannen die door de explosies van vallende granaten van het dak waren gegleden.
Standgehouden tot hij viel
In april 1945 braken de dagen van de wederopbouw aan. Het was een tijd van samen de schouders eronder zetten en weer vooruitkijken. Op een dag vroeg moeder Clara of Ans brood wilde gaan kopen bij bakker Ter Voert. Diens zaak lag schuin tegenover het transformatorhuisje aan de Julianaweg. Toen Ans met het brood terug naar huis liep, zag ze naast het transformatorhuisje bij de Julianaboom een eenmansgat waarin een gesneuvelde Duitse soldaat lag. Het gat was al provisorisch dichtgegooid, maar het haar van de soldaat stak nog boven het zand uit. Hij had standgehouden tot hij viel. Het was een beeld dat Ans haar leven lang bij zou blijven.
.jpg)

Wie was deze Duitse soldaat
In juni 1945 is Ans met een vrachtwagen van het Rode Kruis teruggebracht naar Rotterdam, waar ze werd herenigd met haar familie. In een later interview vertelde Ans dat zij nooit heeft geweten wie dat Duitse soldaatje was en waar hij destijds was begraven.
Rondom en in het dorp Megchelen sneuvelden destijds veel Duitse soldaten. Bij de boerderij van Verholt aan de grens lag Josef Niess begraven en naast de boerderij van W. Bergevoet vond Erich Hortig zijn tijdelijke rustplaats. Bij Ten Bult lag in een veldgraf Herbert Rahlf, terwijl achter het huis op het perceel no 103 van J.T.H. Kiwitz het veldgraf van Erich Giese lag. Op de protestantse begraafplaats rustte Hans Pogorzalek in een gezamenlijk graf met een Todt-arbeider. Op de hoek Past. Geerdink-Johanninkweg-Walterstaat lag het veldgraf van Heinz Herold. Bij het transformatorhuisje lag de onbekende Duitse soldaat waar Ans langs was gelopen.
Op de RK begraafplaats H Martinus lagen Paul Buss (41), Wilhelm Vogel (22), Rudolf Lanzendörfer (23), Leo Sacha (22), Herbert Barth (32) en Wilhelm Haller (35) begraven.
Tussen deze Duitse gesneuvelden lag ook Carel Massop, die bij de bevrijding door granaatscherven om het leven was gekomen. Zijn familie heeft het graf van Carel nooit gevonden.
.jpg)
In totaal kwamen er bij de gevechten in en rond Megchelen 18 Britse en 2 Canadese soldaten om het leven, meegerekend de slachtoffers van de vliegtuigcrash op 31 oktober 1942 en de verongelukte Spitfire bij Huis Landfort. Daarnaast verloren 27 Duitse soldaten het leven en vielen er 11 burgerslachtoffers.
Waarschijnlijk was het de 18-jarige Duitse soldaat Heinz Herold. Al deze soldaten zijn op 23 juni 1949 herbegraven op de Duitse militaire begraafplaats in Ysselsteyn.
Bron :
Maarten Koudijs
Dienst Identificatie en Berging (DIB)
OVGG
Foto: Evie Koolenbrander
























