De opstijging in de ochtend
De motoren gierden op het asfalt van de Zuid-Engelse vliegbasis Kirmington. Het was zaterdag 31 oktober 1942, exact 11.00 uur in de ochtend, toen de zware Vickers Wellington Mk III met serienummer Z-1625 zijn neus in de kille lucht boorde. Aan boord bevonden zich vijf jonge mannen van de Royal Air Force, onder leiding van piloot Sergeant Henry John Brook. Hun missie van die middag: een strategisch bombardement op het Duitse Essen, diep in het vijandelijke Ruhrgebied.

Het toestel was een knap staalontwerp van Vickers-Armstrongs. Met haar twee machtige Hercules XI-motoren van elk 1590 pk en een bommenlast van ruim twee ton, was de Wellington een geduchte machine. Maar ze had één grote zwakte. Met een topsnelheid van 378 kilometerper uur was ze traag. En vliegen bij daglicht maakte haar een zittend doelwit voor de Duitse Luftwaffe.

Terwijl navigator Officer Jack Towner de koers uitzette, hielden boordwerktuigkundige Sergeant Frederick John Smith en de jonge boordschutters Officer John Samuel Lee en de pas 18,5-jarige Sergeant Ronald George James Hillyer de bewapening gereed. Acht machinegeweren moesten hen beschermen tegen wat onvermijdelijk komen ging.


Onderschept in de wolken
De aanval op Essen slaagde, maar de terugvlucht naar Engeland werd een race tegen de klok. Rond 14.00 uur, hoog boven het grensgebied tussen Nederland en Duitsland, sloeg het noodlot toe. Uit de grijze wolken dook een gevreesde Focke-Wulf Fw 190-jager op. Achter de stuurknuppel zat Leutnant Karl Bugaj, een ervaren aas van de 2e Staffel van Jagdgeschwader 1.

Het luchtgevecht was hevig maar angstaanjagend kort. De salvo's van Bugaj boorden zich in de romp van de Wellington. Brandstof lekte, motoren hielden op met loeien en het toestel veranderde in een brandende fakkel. Voor Bugaj was de brandende stip die naar de aarde viel zijn derde officiële overwinning. Van de drie Britse bommenwerpers die die ochtend waren uitgezonden, keerden er twee niet terug. Het bewees hoe kwetsbaar deze toestellen overdag waren. Bugaj wist toen nog niet dat het lot hem een half jaar later, op 12 april 1943 tijdens een ferryvlucht naar vliegveld Deelen, als luitenant noodlottig zou inhalen na in totaal vijf overwinningen te hebben behaald.
Het proces-verbaal van de rijksveldwachter
Beneden in het Gelderse Megchelen was de dag donker en koel begonnen zonder zon, onder een aanvankelijk onbewolkte lucht en met een matige wind. Omstreeks 14.30 uur hoorde Antonius Johannes Wiendels, Chef Gemeente en onbezoldigd rijksveldwachter te Gendringen, plotseling het angstaanjagende gebrul van jagende motoren en het geratel van boordwapens hoog boven de gemeente. Wat hij aantrof en hoe de chaotische uren daarna verliepen aan de landsgrens, legde Wiendels twee dagen later nauwgezet vast op ambtseed.
Zijn officiële proces-verbaal ademt de kille, ambtelijke realiteit van de bezettingsjaren:

Gendringen, 2 november 1942
Op het moment dat ik buiten kwam zag ik nog net vanuit de richting Megchelen een vliegtuig brandend naar beneden storten. Terstond stelde ik mij in verbinding met de in Megchelen gestationeerde gemeenteveldwachter die aanvankelijk dacht dat het vliegtuig op Duits gebied was neergestort. Bij een direct gesteld onderzoek bleek echter dat het vliegtuig was neergekomen op Nederlands gebied op ongeveer 30/40 meter van de Duits/Nederlandse grens. Direct is toen al het beschikbare politiepersoneel naar de betreffende plek gezonden om voor afzetting van het terrein en voorlopige bewaking te zorgen. De politie uit het naburig Duits grensgebied was mede aanwezig. Om ongeveer 14.45 zijn de eerste meldingen gedaan aan de Rijksinspectie voor de luchtbescherming te 's-Gravenhage aan den Heer Polizei-Officier beim Beauftragten des Reichkommissars te Arnhem, en tevens de Wehrmachtcommandeur ook te Arnhem. Deze laatste zegde toe dat terstond manschappen zouden worden gezonden voor afzetting en bewaking van het terrein. Intussen was vast te komen staan dat het neergestorte vliegtuig van Engelse nationaliteit was en dat er 4 lijken tussen de brandende resten lagen.
Een bemanningslid die zich blijkbaar met een parachute had willen redden lag zo'n 40/50 meter van het wrak. Het vliegtuig was terecht gekomen in een knollenland toebehorend aan de landbouwer B. Snelting te Megchelen. Wrakstukken lagen in den verre omtrek verspreid, en sommigen wrakstukken op Duits gebied, het eigenlijke wrak zelf was gedeeltelijk uitgebrand. Verdere persoonlijke ongelukken deden zich niet voor, en het vee bleef ongedeerd. Van deze nadere en meer positieve gegevens is omstreeks16.30 mededeling gedaan aan de hier boven genoemde instanties. Tegen 18.30 arriveerde er een onderofficier met zes manschappen van vliegveld Deelen die de bewaking overnamen. Op zondag 1 november 1942 omstreeks 12.30 kwamen enige officieren met manschappen van vliegveld Deelen voor onderzoek naar het aantal piloten en vooridentificatie van de lijken en het toestel.
Nadat de identificatie was geschied en was geconstateerd dat er in totaal 5 lijken aanwezig waren werd den Heer de Burgemeester medegedeeld dat de lijken konden worden overgebracht naar het lijkenhuisje te Gendringen en dat voor de ter aarde bestelling van gemeentewege diende te worden zorggedragen. Het tijdstip der begrafenis die zal plaats hebben op de R.K. kerkhof te Gendringen zal nader worden bepaald. Nadat de Heer Officier van Justitie te Arnhem telefonisch van het een op ander in kennis was gesteld heeft deze laatste den Heer Burgemeester van Gendringen gemachtigd als Hulp-Officier van Justitie verlof tot begraven van de 5 lijken af te geven.
Waarvan door mij op ambtseed dit proces-verbaal is opgemaakt en getekend te Gendringen 2 november 1942.
De Chef veldwachter
De stemmen over de grens
Terwijl de oorlog zijn laatste, grimmige jaren inging, bleef een Engelse moeder in diepe onzekerheid achter over de exacte omstandigheden rond de laatste rustplaats van haar kind. In mei 1944 zocht zij via een briefcontact met het gemeentehuis. Haar woorden weerspiegelen het universele verdriet van een moeder die haar kostbaarste bezit heeft verloren:

Vertaling brief
2 Bye Way
Wealdstone
Harrow
Middlesex 12 mei 1947
Geachte Heer,
Mijn echtgenoot en ikzelf zouden heel graag in contact worden gebracht met de familie die voor het graf van mijn zoon zorgt. Het is zo'n troost te weten dat de Nederlandse mensen zo vriendelijk en bereidwillig zijn om dit werk op zich te nemen. Hij was ons enige kind, 18½ jaar oud.
Wij danken u allen hartelijk voor uw vriendelijkheid.
Met respectvolle groet, G. Hillyer
Het antwoord dat vanuit Gendringen terug ging naar Engeland, getuigt van een diepe burgerlijke plicht en een ontroerende tederheid. De brievenschrijver nam de tijd om de details van die fatale middag nogmaals te schetsen—ditmaal door de lens van de herinnering—en de moeder te verzekeren dat haar zoon nooit vergeten zou worden:
Gendringen Dear Sir,
Gaarne beantwoord ik Uw brief van den 12 den Mei J.l. , die eerst op 27 dezer in mijn bezit kwam.
Uw zoon ligt inderdaad hier op de R.K. begraafplaats begraven. Bijgaand een foto, waarop het graf met een X is aangegeven. Op de bewuste middag (zaterdag 31 oktober 1942 ) speelde zich boven de gemeente Gendringen (Nederland) en Anholt (Duitsland) bij een zeer laag hangend wolkendek een kort luchtgevecht af. Plotseling stortte uit de wolken een vliegtuig neer. Het bleek te zijn neergekomen gedeeltelijk op Nederlands gebied en gedeeltelijk op Duits grondgebied in den nabijheid van Megchelen, een dorp in de gemeente Gendringen. Alles speelde zich af in enkele minuten en aangenomen kan worden dat de inzittenden onmiddellijk gestorven zijn.
Na de identificatie van de slachtoffers door de Duitsers zijn de lijken overgebracht naar de dodenkapel van de R.K. Zusters te Gendringen en enkele dagen later zijn de lijken met enige plechtigheid hier ter plaatse ter aarde besteld. De zorg voor de begraving enz. werd overgelaten aan de Nederlandse autoriteiten en alles is zeer piëteitsvol gedaan. Zoals U uit de foto ziet, liggen er ongeveer 30 geallieerde piloten hier begraven afkomstig uit 6 toestellen. Het graf ziet er altijd keurig uit. De gronden zijn door de gemeenschap met diep respect gewijd. Regelmatig worden er verse bloemen op de graven gelegt door de plaatselijke bevolking en schoolkinderen, die hiermee hun dankbaarheid tonen voor het offer dat deze jonge mannen hebben gebracht. U kunt er absoluut op vertrouwen dat de laatste rustplaats van uw zoon met de grootst mogelijke tederheid en piëteit zal worden verzorgd, zolang de oorlog duurt en in de vrede die hopelijk spoedig volgen zal.
Wij delen in uw diepe verlies.
Hoogachtend, Namens het Gemeentebestuur van Gendringen

Rust in de achterhoek.
Vandaag de dag rusten de vijf bemanningsleden van de Vickers Wellington Z-1625 nog altijd zij aan zij op de Rooms-Katholieke Begraafplaats in Gendringen. Hun witte Commonwealth War Graves-grafstenen staan als stille getuigen in de Achterhoekse aarde. Ronald George James Hillyer, die door zijn moeder zo teder werd herinnerd, kreeg uiteindelijk zijn definitieve rustplaats ver van huis, maar omringd door de blijvende dankbaarheid van een vrij land. Op de exacte crashlocatie van de Wellington Z-1625 aan de Millingseweg in Megchelen herinnert een permanent herdenkingspaneel voorbijgangers aan die fatale zaterdagmiddag in oktober 1942, toen het knollenland even het tragische middelpunt van de wereldgeschiedenis was.
https://www.youtube.com/watch?v=OYtPumC07Zk
Bron :
Karl Lusink
Maarten Koudijs
Ecal - Doetinchem
Find a Grave
https://www.veterans.gc.ca
Foto's Evie Koolenbrander























.png)














